Een Kritische Evaluatie van Zijn Onderwijsfilosofie
Inleiding
Gert Biesta, een vooraanstaande figuur op het gebied van onderwijsfilosofie, heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan hedendaagse discussies over onderwijs met zijn nadruk op de rol van democratie, subjectivering en de plaats van onderwijs in de samenleving. Zijn ideeën dagen traditionele opvattingen uit en pleiten voor een meer holistische en democratische benadering van onderwijs. Hoewel deze aspecten door vele bewondert worden, vertonen Biesta’s theorieën fundamentele gebreken, vooral wat betreft hun filosofische basis en de claims op waarheid die hij doet. In deze analyse zullen we Biesta’s filosofie kritisch onder de loep nemen vanuit een academisch perspectief, waarbij we ook het theologisch perspectief op kennis en waarheid betrekken.
De Filosofische Grondslag van Biesta’s Theorie
De onderwijsfilosofie van Biesta is gebaseerd op drie domeinen van onderwijs: kwalificatie, socialisatie en subjectivering. Kwalificatie verwijst naar het verwerven van kennis en vaardigheden die nodig zijn om in de maatschappij te functioneren; socialisatie omvat het deel worden van bestaande sociale, culturele en politieke structuren; en subjectivering gaat over het ontwikkelen van autonomie en kritisch denken.[1]
Biesta betoogt dat traditionele onderwijssystemen te veel nadruk leggen op kwalificatie en socialisatie, waardoor subjectivering in het gedrang komt. Volgens hem zou onderwijs juist individualiteit en de mogelijkheid om actief bij te dragen aan een democratische samenleving moeten bevorderen.[2] Hoewel dit perspectief aantrekkelijk is en goed aansluit bij democratische idealen, roept het enkele kritische vragen op, met name over de filosofische onderbouwing ervan. Bovendien, vanuit een theologisch perspectief, is kennis niet slechts een middel voor individuele ontplooiing, maar ook een manier om de waarheid en de wil van God te leren kennen. Deze dimensie lijkt in Biesta’s visie te ontbreken.
De Filosofische Omweg van Biesta
Biesta’s theorie kan worden gezien als een filosofische omweg, in die zin dat hij om fundamentele kwesties heen draait zonder ze rechtstreeks aan te pakken. Zijn nadruk op subjectivering en democratie daagt impliciet de traditionele epistemologische basis van onderwijs uit: het streven naar objectieve waarheid. In plaats daarvan lijkt Biesta te pleiten voor een meer relativistische benadering, waarin meerdere waarheden en perspectieven even geldig zijn.
Deze filosofische positie roept aanzienlijke bezwaren op. Door zich niet vast te leggen op een objectieve waarheid, dreigt Biesta’s theorie de basis van rationele discussie en kritisch denken die hij zelf voorstaat, te ondermijnen. Onderwijs dat subjectieve ervaringen en perspectieven hoger acht dan objectieve kennis, kan vervallen in relativisme, waar elke bewering even geldig kan zijn. Dit zou de mogelijkheid voor studenten om kritisch met de wereld om te gaan en een samenhangend begrip van de realiteit te ontwikkelen, ondermijnen.
Vanuit theologisch oogpunt wordt kennis gezien als een middel om de waarheid te ontdekken die is geopenbaard door God. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘kennis die gegrond is in zowel de openbaring als de empirische werkelijkheid, en kennis die enkel speculatief is. De relativistische tendens in Biesta’s filosofie staat haaks op het theologische principe dat de zoektocht naar kennis altijd gericht moet zijn op het vinden van een objectieve waarheid, of die nu in de natuur, de samenleving, of de religieuze teksten ligt.
Het Democratische Ideaal en Zijn Grenzen
Biesta’s inzet voor democratische waarden in het onderwijs is door velen geprezen. Hij ziet scholen als plaatsen waar studenten de wereld en elkaar op betekenisvolle manieren kunnen ontmoeten, wat democratisch engagement en wederzijds begrip bevordert. Dit is zonder twijfel essentieel voor het ontwikkelen van een levendige democratische samenleving.
Toch negeert deze benadering de noodzaak van een gedeelde basis van kennis en waarheid waarop democratische dialoog moet worden gebouwd. Democratie vereist niet alleen de mogelijkheid om verschillende meningen te uiten, maar ook de capaciteit om kritisch met feiten en bewijzen om te gaan. Zonder een toewijding aan objectieve waarheid lopen onderwijssystemen het risico burgers voort te brengen die onvoldoende voorbereid zijn om zinvol deel te nemen aan democratische processen.
Het theologisch perspectief op onderwijs onderstreept dat kennis niet alleen een middel is tot sociale participatie, maar ook een manier om rechtvaardigheid te realiseren. Een democratie die niet gebaseerd is op een gedeelde erkenning van waarheid en rechtvaardigheid, zoals die in de monotheïstische religies worden opgevat, kan snel ontaarden in relativisme en chaos. Daarom pleiten de gelovige tradities voor een evenwicht tussen kritisch denken, sociaal bewustzijn en een toewijding aan objectieve kennis, zoals geopenbaard in de Heilige Geschriften en bevestigd door de realiteit.
De Waarheidsclaim
De centrale tekortkoming van Biesta’s onderwijsfilosofie ligt in zijn behandeling van het concept van waarheid. Door het belang van objectieve kennis en waarheid te bagatelliseren, biedt Biesta’s theorie geen stevig kader voor kritisch denken en geïnformeerde besluitvorming. Onderwijs zou niet alleen in staat moeten zijn om kritisch en autonoom denken te ontwikkelen, maar ook om een helder begrip van de wereld te bieden, gebaseerd op objectief bewijs en redenering.
Biesta’s onwil om het onderwijs te verankeren in objectieve waarheid weerspiegelt een bredere tendens in het postmoderne denken, dat vaak grote verhalen en universele claims vermijdt ten gunste van pluralisme en diversiteit. Hoewel deze benadering zijn verdiensten heeft, met name in het bevorderen van inclusiviteit en empathie, kan het ook leiden tot een gevaarlijk relativisme waarin alle perspectieven als even geldig worden beschouwd, ongeacht hun empirische basis.
Binnen de monotheïstische tradities wordt waarheid gezien als iets dat gezocht, bestudeerd en verdedigd moet worden. De Waarheid komt van God en is dus van centraal belang. De geschriften dienen als objectieve maatstaven voor morele en intellectuele kennis, en de natuur zelf wordt gezien als een teken van Gods schepping. Dit ondermijnt Biesta’s neiging om het onderwijs los te koppelen van een objectieve waarheid, aangezien kennis in het geloof primair bedoeld is om tot de Waarheid te leiden en om de mens in staat te stellen volgens deze waarheid te leven.
Conclusie
Gert Biesta’s bijdragen aan de onderwijsfilosofie, in het bijzonder zijn nadruk op democratie en subjectivering, bieden waardevolle inzichten voor het hedendaagse onderwijs. Zijn visie op scholen als ruimtes voor democratisch engagement en individuele groei sluit goed aan bij de behoeften van een democratische samenleving. Echter, zijn filosofische benadering, die het belang van objectieve waarheid omzeilt, ondermijnt de doelen die hij tracht te bereiken.
Onderwijs moet het vermogen tot kritisch denken en autonomie in evenwicht brengen met een stevige verankering in objectieve kennis en waarheid. Zonder deze balans riskeren we een generatie individuen voort te brengen die, ondanks hun vermogen om zelfstandig te denken, de noodzakelijke middelen missen om effectief met de wereld om te gaan. Vanuit theologisch perspectief is het essentieel dat onderwijs niet alleen gericht is op persoonlijke en sociale ontwikkeling, maar ook op het vinden en volgen van de objectieve waarheid zoals die in de religieuze en natuurlijke wereld is geopenbaard. In dit opzicht schiet Biesta’s theorie, hoewel aantrekkelijk in zijn democratische aspiraties, uiteindelijk tekort.
[1] Gert Biesta. Het prachtige risico van onderwijs. Veertiende druk. Uitgeverij Phronese. Culemborg: 2020. P. 22
[2] Ibid.

